Isolatiewaarden

Warmteverlies (warm in de winter) : U-waarde

De U-waarde drukt de hoeveelheid warmte uit die per uur, per m² en per graad temperatuurverschil tussen de binnezijde en de buitenzijde van een wand of dak doorgelaten wordt.

De eenheid voor de U-waarde is W/(m².K). De U-waarde wordt ook warmtedoorgangscoëfficiënt of warmtetransmissiecoëfficiënt genoemd.

Een hoge U-waarde betekent een thermisch slecht isolerende wand, en een lage U-waarde betekent een thermisch goed isolerende wand. Het is aanbevolen om een U-waarde te hebben van onder de 0,2 W/m²K .

 

Warmtedoorslag (koel in de zomer) : faseverschuiving

De faseverschuiving of warmtedoorslag wordt uitgedrukt in uren en geeft dus letterlijk weer hoe lang het duurt (in uren) vooraleer de warmte in de zomer op uw dak of wand doorheen de isolatie dringt. Een isolatiemateriaal met een hoge faseverschuiving zal beter de warmte buitenhouden in de zomer. Het is aanbevolen om een warmtedoorslag te hebben van boven de 10u.

Een materiaaleigenschap die vaak over het hoofd wordt gezien, is de warmteopslagcapaciteit. De warmteopslagcapaciteit van een materiaal bepaalt hoeveel warmte een materiaal kan opslaan. Hoe hoger dat getal, hoe meer warmte er opgeslagen kan worden.

Om warmtedoorslag te vermijden in de zomer, is het daarom belangrijk dat materialen gebruikt worden die een zo hoog mogelijke faseverschuiving geven. 

 

Warmteweerstand : R-waarde

De R-waarde geeft het warmte-isolerend vermogen van een materiaallaag aan. De R-waarde is de warmteweerstand van een materiaallaag en wordt uitgedrukt in m2K/W.

De warmteweerstandscoëfficiënt van een nmateriaallaag wordt bepaald door de isolatiewaarde en de dikte van het materiaal.

Hoe hoger de waarde, hoe beter de isolatie, een dubbel zo dikke laag heeft proportioneel ook een dubbel zo goede warmteweerstand.

 

Warmtegeleidbaarheid : λ-waarde

De lambda-waarde geeft de warmtegeleidbaarheid van een materiaal aan. Ze wordt uitgedrukt in W/mK. Hoe hoger de waarde is, hoe beter de warmte geleid wordt en dus hoe minder goed het materiaal isoleert. De hogere (slechtere) waarde kan gecompenseerd worden door de dikte van het materiaal. Hoe lager λ, hoe beter een materiaal isoleert.

 

Vochtbescherming

Sommige materialen hebben de capaciteit  om vocht op te nemen in hun structuur en weer af te geven. De mate waarin een materiaal vocht kan opnemen, speelt een rol tegen interne condensatie en schimmelvorming. Een dampdoorlatend gebouw maakt het transport van vochtigheid door het isolatiemateriaal mogelijk. Houtvezels hebben een capillaire werking. Vochtigheid wordt beter getransporteerd zodat sterkere condensvorming voorkomen kan worden. Het hoge vochtopnamevermogen en de open diffusie-eigenschappen van houtvezels zorgt voor een goede vochthuishouding en leggen daarmee de basis voor een aangenaam en gezondomgevingsklimaat. Een aktief dampdoorlatende bouw schept voelbaar welbehagen en gezond omgevingsklimaat. Een aktief dampdoorlatende bouw schept voelbaar welbehagen en een uitgebalanceerd woonklimaat.

 

Luchtdichtheid

Gebouwen kunnen heel wat van hun warmte verliezen via allerlei spleten en kieren. Je kunt deze energieverliezen stoppen door luchtdicht te bouwen. Belangrijk bij de uitwerking van een luchtdicht bouwproject is de keuze van juiste materialen en accessoires. Door kwalitatieve materialen te gebruiken en de naden luchtdicht af te tapen kan je energiezuinig bouwen.